Heer, ik zit vast in dit woud,
gevangen in het groen.
De modder die mij vasthoudt,
en al die regen is ook niet te doen.
Lieve poëet
Ik wil graag uiten in een gedicht,
hoeveel Uw liefde mij vult,
hoe Uw genade mij verlicht,
U mij stuurt met veel geduld.
Van klei tot kruik
Ik ben de klei in Uw hand,
en U vormt mij zacht.
U kneedt mij aandachtig,
van bodem tot aan de rand.
Vleugels van rust
Ik vlieg mee met Uw duif,
op Zijn vleugels van rust.
Door Zijn wind gedragen,
stelt Zijn stem mij gerust.
Kwispelende gift
Heer, dank U voor de hond,
voor deze kwispelende gift.
Rent al spelend in het rond,
brengt mij dagelijks Uw licht.
Mam, jij bent thuis
Mam, je staat altijd klaar,
thuis voelt als jij.
Hoe ik jouw liefde ervaar,
is als de lentezon in mei.
Stap eens uit
Ik ben moe van sterk zijn,
ik kan het tempo niet temmen.
Ik ben als een stomende trein,
die trekt aan wagons die remmen.
Op weg naar de top
Ik wil zo graag naar de top,
maar mijn rugzak weegt zwaar.
Met goede moed ga ik de berg op,
herken ik het gevaar.
De reis volbracht
Je reis is volbracht,
je bent eindelijk thuis.
Nu je leven herdacht,
vinden wij steun in Zijn huis.