De hoge bergen van zand,
ontnemen mij het zicht.
Terwijl mijn huid verbrand,
wil ik schuilen voor het licht.
De wind snijdt als een mes,
ik zoek een oase van rust.
Daar waar ik mijn dorst dan les,
en mijn onrust wordt gesust.
“Dorstige vriend,
je wilt vluchten voor het licht,
zoekt de schaduw in de vallei.
Je zoekt naar water,
maar je hebt eigenlijk dorst naar Mij.”
