Ik lig hier te woelen,
ik blijf maar malen in bed.
Ik wil me nu vredig voelen,
maar mijn getob zingt een duet.
Mijn twijfel praat elke dag,
brengt een storm in mijn hoofd.
Terwijl ik nu echt slapen mag,
wordt mijn geloof van rust beroofd.
Heer, U maakt het verschil,
ik leg mijn zorgen in Uw wind.
Want U maakt mijn hoofd weer stil,
en fluistert lief: “welterusten kind”.
