Je licht was aan het doven,
verloren in een eindeloze nacht.
Werd je hart stil verschoven,
alsof dat verlichting bracht.
Daar waar ik hoopte op herstel,
gaf jij het licht een laatste groet.
Koos jij voor een stil vaarwel,
nu is het de rouw die ik ontmoet.
De tijd staat nu even stil,
leer ik leven zonder het ‘wij’.
Maar ik heb het je vergeven,
Heer, geef een knuffel van mij.
